seat-dash

Seat Leon ST: In de auto

Het dashboard en de middenconsole

Klik op de grijze balken om de verklaring van de nummers te zien

overzicht

1. Lichtschakelaar (zie 13 t/m 20)
2. Luchtrooster
3. Hendel voor:

  • knipperlichten/grootlicht
  • snelheidsregelsysteem (cruise control)

4. Instrumentenpaneel:

  • instrumenten
  • waarschuwings- en controlelampjes

5. Claxon / bestuurdersairbag
6. Hendel voor:

  • ruitenwissers/-sproeiers
  • achterruitensproeier/ -wisser
  • bestuurdersinformatiesysteem (voor weergave op display van bijv. rijsnelheid, gemiddelde snelheid, actieradius enz.)

7. Display en bediening radio, navigatie enz.

Voor 8 en 9 zie middenconsole
10. Stuur- en contactslot
11. Hendel voor instelling stuurkolom
12. Zekeringkast

Verlichting:
13. Licht uit of dagrijverlichting ontstoken
14. Automatische regeling van het dimlicht en daglicht.
15. Stadslicht aan
16. Dimlicht aan
17. Instrumenten- en schakelaarverlichting
18. Lichtbundel-hoogteverstelling
19. Mistlicht voor
20. Mistlicht achter

dashboard

Instrumentenpaneel dashboard

1. Toerenteller
2. Koelvloeistoftemperatuur
3. Display
4. Knop om dagteller op nul te zetten
5. Snelheidsmeter
6. Brandstofmeter

middenconsole

Ontwasemingsfunctie. De aangezogen buitenlucht wordt naar de voorruit geleid en de circulatiefunctie wordt automatisch uitgeschakeld. Ventilator draait op optimaal vermogen.
Achterruitverwarming. Werkt alleen als de motor draait. Uitzetten wanneer zicht door achterraam weer vrij is –>stroomvreter!(=meer brandstofverbruik). Wordt na 10 minuten automatisch uitgeschakeld.
Airconditioning aan/uit zetten.
Knop voor maximale koelwerking. Luchtcirculatie en airco worden automatisch ingeschakeld en de luchtverdeling automatisch op “bovenlichaam” gezet.
Temperatuurinstellingen van passagierszijde hetzelfde als bestuurderszijde. Werkt als controlelampje brandt. Met knop of temperatuurregelaar temperatuur aan passagierszijde wijzigen.
Automatische regeling van temperatuur, ventilatie en luchtverdeling.
Opent het bedieningsmenu van de klimaatregeling in het Easy Connect-systeem.
Luchtverdeling naar voorruit.
Luchtverdeling naar bovenlichaam.
Luchtverdeling naar voetenruimte
Weergave van de gekozen temperatuur voor de linker- en rechterzijde van de auto.
Circulatiefunctie. Deze functie zorgt er voor dat er geen buitenlucht in het interieur komt. Daarom ook maar kort gebruiken!
Toe te passen bij:
– zeer hoge buitentemperaturen om het interieur sneller af te koelen.
– bij het rijden door een tunnel om uitlaatgassen buiten de auto te houden.

Start-stop systeem uitgeschakeld. Voor het milieu is het beter om dit systeem ingeschakeld te laten. Een start-stopsysteem is een manier van brandstofbesparing in auto’s. Het zorgt ervoor dat de motor automatisch afslaat wanneer de auto stopt. Het systeem is vooral efficiënt in stadsverkeer, waar veel gestopt moet worden wegens bijvoorbeeld verkeerslichten of files.
Parkeerhulp staat aan. Als je de functie parkeerhulp voor het eerst gebruikt, is het aan te raden eerst de handleiding te lezen.
Alarmverlichting. Te gebruiken als je met je auto ergens staat waar de rest van het verkeer je niet verwacht of je niet direct kan zien. Tegenwoordig treedt bij de meeste auto’s de alarmverlichting vanzelf in werking als de auto detecteert dat er een noodstop wordt gemaakt.
Bijrijdersairbag uitgeschakeld. Eén van de weinige redenen om dat te doen is als er een maxi-cosy op de bijrijdersstoel staat (zie volgende symbool).
Bijrijdersairbag ingeschakeld. Het symbooltje geeft aan dat je de bijrijdersairbag niet moet inschakelen als er een maxi-cosy met de rug naar het dashboard op de bijrijdersstoel staat geplaatst.

waarschuwings- en controlelampjes

Waarschuwings- en controlelampjes
De waarschuwings- en controlelampjes geven bepaalde functies dan wel storingen aan.

Als er tijdens het rijden een rood lampje gaat branden betekent dat niet verder moet rijden. Zet de auto op een veilige plek langs de kant van de weg, zet de motor uit en waarschuw je garage of de wegenwacht. [betekenis symbool: geen oliedruk]
Als er tijdens het rijden een geel lampje gaat branden kun je verder rijden (evt. met aangepaste snelheid) om je rit af te maken, maar na de rit contact op te nemen met de garage. [betekenis symbool: storing motormanagementsysteem]
Groene lampjes geven aan dat onderdelen van de verlichting aanstaan of dat een systeem naar behoren werkt. [betekenis symbool: stadslichten staan aan]
Blauw lampje betekent dat het grote licht aanstaat. [betekenis symbool: groot-licht staat aan]

Controle werking lampjes
De diverse functies die door de controlelampjes worden weergegeven (olie, koelvloeistof enz.) kunnen gecontroleerd worden door te scrollen door het menu. Verder worden symbolen aangegeven als er functies worden geactiveerd of als er iets niet in orde is. Het algemene waarschuwingslampje wordt in het rood dan wel geel weergegeven al naar gelang de aard van het probleem.

De Seat geeft op twee plekken waarschuwings- en controlelampjes weer:

1. Op het display als symbolen
2. Op het dashboard als gekleurde symbolen

 

Display

Voorbeeld van een melding en het bijbehorende symbool in het display.

Portier(en), achterklep of motorkap geopend of niet correct gesloten.


NIET verder rijden

Sluit hetgeen wordt aangegeven op het display


Motorkoelvloeistofpeil te laag, koelvloeistoftemperatuur te hoog


NIET verder rijden. Doorrijden ZAL schade aan de motor veroorzaken. Ook is er een kans dat de motor in de brand vliegt.

Auto veilig langs de kant van de weg. Motor laten afkoelen (ongeveer 15 minuten). Dan koelvloeistof bijvullen (gewoon water in geval van nood). Wordt de motor daarna weer te warm; auto weer veilig langs de kant van de weg en ANWB bellen.


Motorliedruk is te laag


NIET verder rijden

Auto zo snel mogelijk veilig langs de kant van de weg. Doorrijden ZAL schade aan de motor verzorgen (dus ook niet nog even een stukje doorrijden naar het tankstation). Olie bijvullen als je toevallig bij je hebt, anders ANWB bellen.


Storing aan de accu


Rit afmaken en afspraak maken met garage. Houd er rekening mee dat zolang het lampje brandt er een kans bestaat dat de motor niet meer start nadat je de motor hebt uitgezet.


* Rijlicht geheel of gedeeltelijk defect
* Fout in het systeem van de bochtenverlichting


Na laten kijken door garage.


Roetfilter verstopt


Afspraak maken met garage. Niet te lang mee doorrijden.


Niveau ruitenwisservloeistof laag


Bijvullen


Knippert: storing bij detectie oliepeil. Handmatig controleren.
Ingeschakeld: motoroliepeil te laag.


Het automatisch peilsysteem van de auto werkt niet meer, dus zelf olie peilen. Zonodig bijvullen (als het lampje continue blijft branden). Zie olie peilen.


Grootlichtregeling (Light Assist) ingeschakeld


Uitschakelen wanneer niet meer nodig


Startblokkering actief


Als het goed is kunnen ze de auto nu wat minder makkelijk stelen.


Service-intervalindicatie


Geeft aan of de auto een servicebeurt nodig heeft.


Mobiel gekoppeld via Bluetooth


U kunt handsfree bellen (= verplicht als je belt tijdens het rijden!).


IJzelwaarschuwing. Buitentemperatuur lager dan +4 °C.


Wees extra alert met rijden.


Start-stop systeem ingeschakeld


Milieubewust rijden!


Start-stopsysteem niet beschikbaar


Minder milieubewust rijden!


Rijden met laag verbruik


Nog meer milieubewust rijden!


Voorairbag passagier uitgeschakeld


Inschakelen als er geen kinderzitje op de voorstoel staat.


Voorairbag passagier ingeschakeld


Schakel deze uit als er een kinderzitje op de voorstoel geplaatst is (zoals het symbool al aangeeft).


Bandenspanning laag of storing in controlelampje bandenspanning


Bandenspanning controleren en zo nodig vullen


licht op of knippert:
Storing in stuurinrichting


NIET verder rijden

Garage/ANWB bellen


*Springt aan: voorgloeien dieselmotor
*Knippert: storing in dieselmotormanagement


Bij knipperen garage/ANWB bellen


Brandt of knippert: storing in uitlaatgascontrolesysteem


Garage/ANWB bellen


*Springt aan: storing ESC of systeem uitgeschakeld
*Knippert: ESC of ASR geactiveerd


*ESC betekent Elektronische Stabiliteits Controle (andere automerken gebruiken ook wel ESP = Electronic Stability Program. Andere benaming voor hetzelfde systeem.)
*ASR betekent Anti-Slip Regulation oftewel Anti Slip Regeling


Storing in ABS of ABS werkt niet


Garage/ANWB bellen


Bestuurder of passagier gordel niet om


Uit onderzoek blijkt dat bij niet gebruik van de autogordel en de auto is voorzien van een airbag de kans op letsel bij een ongeluk groter is.


Storing in systeem van airbags en gordelspanners


Garage/ANWB bellen


ASR handmatig buiten werking gesteld


Dit is alleen soms nodig tijdens het rijden in sneeuwomstandigheden en/of als je rijdt met sneeuwkettingen. ASR voorkomt het doorslippen van wielen door onder andere het motorvermogen te verminderen. Dit kan in sneeuwomstandigheden dan voor te weinig grip zorgen.


Grootlicht in werking gesteld


Groot licht mag in het donker gebruikt worden, als er geen tegenligger aankomt. Niet gebruiken als je vlak achter een ander voertuig rijdt. Groot licht is binnen en buiten de bebouwde kom toegestaan.


Remvloeistofpeil te laag of storing het remsysteem


NIET verder rijden

Garage/ANWB bellen


Parkeerrem ingeschakeld


Handrem naar beneden


Algemeen waarschuwingslampje. Kan rood of geel branden, al naar gelang de storing


Geeft aan dat er een controlelampje op het dashboard of het display brandt.


*Springt aan: snelheidsbegrenzer (cruise control) aan
*Knippert: ingestelde snelheid in begrenzer overschreden


Zorgt voor meer rust bij jezelf en op de weg door het rijden van een constante snelheid en bijkomstig voordeel is dat het zorgt voor een gunstiger brandstofverbruik. De cruise control zet je aan en uit met een schakelaar, maar kun je ook uitzetten door de koppeling of het rempedaal kort in te trappen


Rijstrookassistent (Lane Assist) ingeschakeld


Geeft een pieptoontje en een trillend stuurwiel als je over de middenas of de kantstreep dreigt te gaan en de richtingaanwijzer staat niet aan.


Remblokken voor versleten


Zo snel mogelijk laten vervangen.


Brandstoftank bijna leeg


Ehhh, tanken?

Even zonder gekkigheid: op de bodem van je brandstoftank blijft in de loop van de jaren vuil en residu liggen. Zodra de brandstofpomp het laatste beetje brandstof opzuigt, komt ook dit vuil en residu mee. En die vuiligheid in het brandstofsysteem kan uiteindelijk voor verminderde prestaties van de motor zorgen en/of onregelmatig stationair lopen en stotteren van de motor. Een keertje is niet zo erg, maar stelselmatig je tank leegrijden is slecht voor je motor.


Mistachterlicht aan


Uitzetten als het zicht meer dan 50 meter is.